|
5 In-, door- en uitstroom in het mbo
Om leerlingenstromen in het mbo in het schooljaar 2006/2007 te
bepalen, hanteren we de volgende methode:
- Bepaal het aantal deelnemers op 1 oktober 2006 en op 1
oktober 2007 (deelnemers op 1 oktober 2006 komen niet voor in de
telling van 1 oktober 2007)
- Bepaal de uitstroom per niveau waarvoor is ingeschreven
- Stel vervolgens vast wie van deze uitstromers een diploma
heeft gehaald en bepaal van welk niveau dat diploma is
- Indien geen diploma is behaald, wordt de deelnemer geteld
bij de uitstroom zonder diploma.
Hierbij is het van belang om bij gediplomeerde uitstroom de gediplomeerden
die nu een andere opleiding volgen - de deelnemers die zijn doorgestroomd
naar een opleiding op een ander, meestal hoger niveau - niet mee
te tellen.
Op basis van deze definities hebben het ROC van Amsterdam en ROC
ASA/AMARANTIS de in-, door- en uitstroom van hun leerlingen binnen
de vestigingen in de regio Zuidelijk Noord-Holland in kaart gebracht.
Tabel 5.1 geeft voor beide instellingen samen de in-, doorstroom-
en uitstroomcijfers in het schooljaar 2006/2007 weer en figuur 5.1
het leerlingenaantal op 1 oktober 2007. Er is onderscheid gemaakt
naar drie sectoren (economie, techniek en zorg & welzijn) en
twee niveaus (niveau 1/2 en niveau 3/4).
Tabel 5.1 Leerlingenstromen in het mbo in de regio Amsterdam,
naar niveau en sector, tussen 1 oktober 2006 en 1 oktober 2007

Bron: ROC van Amsterdam en ROC ASA/AMARANTIS; bewerking Research
voor Beleid
Figuur 5.1 Leerlingenaantallen in het mbo in de regio Amsterdam,
naar niveau en sector, 1 oktober 2007
Bron: ROC van Amsterdam en ROC ASA/AMARANTIS; bewerking Research
voor Beleid
De volgende conclusies zijn te trekken:
- Op 1 oktober 2006 zijn er in het mbo in de regio Amsterdam
in totaal 26.700 leerlingen. De doorstroom naar het schooljaar 2007/2008
bedraagt 16.200. In het schooljaar 2006/2007 stromen in totaal 10.500
leerlingen uit. De nieuwe instroom per 1 oktober 2007 bedraagt ruim
12.400. Per saldo zijn er op die datum dan 28.600 leerlingen in
het mbo in de regio Amsterdam. Dat is ruim 7 procent meer dan een
jaar daarvoor.
- In alle sectoren en op alle niveaus in het mbo in de regio
Amsterdam is de instroom groter dan de uitstroom en is dus sprake
van een stijging van het aantal ingeschreven leerlingen. De stijging
van het aantal leerlingen in de sector zorg en welzijn en met name
in de sector techniek is sterker dan de toename van het aantal leerlingen
in de sector economie (voor alle niveaus samen zijn de percentages
in deze sectoren respectievelijk 8, 15 en 3 procent). Verder valt
uit de tabel af te leiden dat het leerlingenaantal op niveau 1/2
sterker stijgt dan op niveau 3/4. De sterkste groei is waar te nemen
bij techniek op niveau 1/2.
- Hoewel de sector relatief gezien iets aan belang inboet,
is economie op de peildatum 1 oktober 2007 nog steeds goed voor
bijna de helft van het aantal leerlingen in het mbo in de regio
Amsterdam (47 procent tegen 49 procent een jaar eerder). Op niveau
1/2 is techniek daarna het meest populair, op niveau 3/4 is dat
zorg en welzijn.
Op basis van de leerlingenstromen zijn enkele rendementsindicatoren
voor het mbo in de regio Amsterdam te berekenen. Tabel 5.2 geeft
voor de schooljaren 2005/2006 en 2006/2007 per niveau en per sector
de uitstroom zonder diploma als percentage van de totale uitstroom
in betreffend schooljaar (BVE-definitie) en als percentage van het
aantal ingeschrevenen aan het begin van dat schooljaar weer. Een
derde rendementsindicator - uitstroom met startkwalificatie als
percentage van de totale uitstroom - is op basis van de beschikbare
gegevens alleen voor ROC van Amsterdam te berekenen.
Tabel 5.2 Rendementspercentages (uitstroom zonder diploma)
in het mbo in de regio Amsterdam, per niveau en sector, schooljaren
2005/2006 en 2006/2007 (mutaties in procentpunten)

* Scores hebben alleen betrekking op ROC van Amsterdam
Bron: ROC van Amsterdam en ROC ASA/AMARANTIS; bewerking Research
voor Beleid
De tabel laat het volgende zien:
- In het schooljaar 2006/2007 is de uitstroom zonder diploma
uitgedrukt in het percentage van de totale uitstroom (BVE-definitie)
bij de ROC's in Amsterdam 63 procent op niveau 1/2 en 42 procent
op niveau 3/4. Dat is 5 respectievelijk 6 procentpunt hoger dan
in het schooljaar 2005/2006. Voor alle sectoren geldt dat de uitstroom
zonder diploma op de hogere mbo-niveaus naar verhouding kleiner
is dan op de lagere mbo-niveaus. Het kleinst is de uitstroom zonder
diploma in de sector zorg en welzijn op niveau 3/4. Opmerkelijk
is wel de sterke stijging van de uitstroom zonder diploma in de
sector zorg en welzijn op niveau 1/2 (in 2006/2007 15 procentpunt
hoger dan in 2005/2006)
- De uitstroom zonder diploma als percentage van ingeschrevenen
in 2006/2007 laat een vergelijkbaar beeld zien, met dien verstande
dat - logischerwijs - de percentages lager uitvallen. De verschillen
met het vorige schooljaar zijn niet erg groot. Verder valt de sector
zorg en welzijn op niveau 1/2 weer op. Hier is de enige - zij het
bescheiden - daling te zien (-1 procent).
- De derde indicator - uitstroom met startkwalificatie (dus
mét diploma) als percentage van de totale uitstroom - 'meet
de andere kant op'. Het beeld is dus min of meer tegengesteld aan
dat voor de uitstroom zonder diploma. Op mbo 1/2 niveau scoort ROC
van Amsterdam op deze indicator 27 procent, op de hogere mbo-niveaus
is dat 61 procent. Het grootst is de uitstroom met startkwalificatie
in de sector zorg en welzijn op niveau 3/4 (68 procent), het kleinst
in de sector techniek op de lagere mbo-niveaus (21 procent).
De ROC's in de regio Amsterdam hebben geen sluitende registratie
van wat de leerlingen na afloop van hun mbo-opleiding gaan doen.
Hierdoor is vooralsnog niet te achterhalen welk deel van de uitstroom
(met of zonder diploma) kiest voor een vervolgstudie, werk of iets
anders.
|