Pagina 14
 

4.4 Bouwstenen voor het actieprogramma

Inleiding: Aandachtsvelden
In de beide voorafgaande paragrafen zijn de vraagstukken die zich op de arbeidsmarkt van de Amsterdamse zorg voordoen, van twee zijden bekeken: de theoretische mogelijkheden om arbeidsmarktvraagstukken in het algemeen aan te pakken zijn besproken in paragraaf 2, en de inkleuring voor de specifieke Amsterdamse situatie is aan de orde geweest in paragraaf 3. In deze paragraaf dragen we bouwstenen aan voor concrete maatregelen om de arbeidsmarkt in de zorg te stimuleren. De maatregelen zijn ingedeeld in algemene maatschappelijke aandachtsvelden, die rechtstreeks koppelbaar zijn aan de segmenten van de cirkel van Stimulus die in paragraaf 2 aan de orde is geweest.


 

Vanuit ieder van de hier genoemde aandachtsvelden wordt hieronder één of een aantal acties voorgesteld. Voor ieder van deze acties geldt dat zij:
a. theoretisch en praktisch uitvoerbaar zijn
b. kunnen rekenen op een breed draagvlak binnen de sector van de Amsterdamse zorg
c. een duidelijk positieve invloed hebben op de arbeidsmarkt binnen deze sector.

Verder streven we er naar om op korte termijn concrete resultaten te boeken, en voor de langere termijn duurzaamheid en koersvastheid te bereiken.


Management zorgmarkt: versterken van het organiserend vermogen

De eerste paragraaf van deze monitor bevat een verhaal over het managen van een arbeidsmarkt, ontleend aan de theorie van de competitieve voordelen van Porter. Als er een sector is waar die theorie opgeld voor doet, dan is dat de zorg. De vier o's - ondernemingen, overheid, onderwijs, onderzoek - zijn allemaal herkenbaar aanwezig. 'Marktmanagement' betekent in dit verband het transparant maken van de diverse belangen binnen de sector, zonder daarbij naar ultieme overeenstemming te streven. Tot de onderstaande bouwstenen behoren kleinere en grotere actiepunten. Het gaat erom de verschillende mogelijke programmaonderdelen helder te omschrijven en daarover open met de verschillende actoren in de zorg te discussiëren. Daarbij zal steeds ook de vraag aan de orde zijn welke instellingen het 'eigenaarschap' ervan op zich willen nemen. Programmaonderdelen waarvoor zich (nog) geen actor heeft gemeld blijven op deze manier op de agenda en verdwijnen niet uit het zicht. Voor dit proces is een forum nodig dat over voldoende bestuurlijk gewicht beschikt om de problematiek van de arbeidsmarkt in de zorg in Amsterdam als geheel adequaat te kunnen bespelen, m.a.w. alle relevante spelers dienen er op een voldoende hoog bestuurlijk niveau in te zijn vertegenwoordigd. Vanuit dit forum kan vervolgens per programmaonderdeel -waarvoor zich een 'eigenaar' heeft gemeld- die organisatievorm worden ingericht die voor dat specifieke onderdeel het meest effectief is.

Een aantal van de projecten en actiepunten die in het kader van het Programma afstemming Zorg en Onderwijs aan de orde is wordt hieronder kort opgesomd. De opsomming is niet limitatief. Het meest recente overzicht van projecten en actiepunten is steeds te vinden op www.pao.amsterdam.nl.

Projecten en actiepunten Programma afstemming Zorg en Onderwijs

1. Pilotproject ‘Helpenden niveau 2’.
2. Voortzetting van het VMBO Zorgcarrousel met financiering door de SIGRA.
3. Terugdringen uitval door vervroeging / intensivering beroepsconfrontatie via stages, meeloopdagen etc. Opzetten van betaalde zomer- / uitzendbanen in de zorg (i.s.m. bijbanen.nl) om de beroepsconfrontatie te verbeteren.
4. (Kwantitatieve) afspraken over stageplekken BOL traject, verbeteren mogelijkheden voor kansrijke leerlingen over te stappen van BOL naar BBL traject.
5. Afspraken over intensiteit en praktijkgerichtheid begeleiding BBL.
6. Meer instroommomenten per jaar voor de BOL- en BBL-trajecten.
7. Trainingsprogramma omgaan met psychiatrische aspecten in de (ouderen)zorg.
8. Deskundigheidsbevordering en verbetering uitwisseling personeel in verzorgingshuizen in het kader van verbetering van de ‘employability’.
9. Identificeren van leerlingen met potenties en afstemming daarvan tussen de opeenvolgende schooltypen: van VMBO naar ROC, van ROC naar HBO; verbeteren aansluiting tussen de opeenvolgende schooltypen.
10. Ombuigen beroepskeuze van leerlingen die worden opgeleid voor een beroep buiten de zorg; werkprocessen in de zorg anders inrichten zodat mensen die geen specifieke zorgopleiding hebben, toch in de zorg aan de slag kunnen.
11. Effectiviteit beroepsvoorlichting op de scholen verbeteren / intensiveren.
12. Onderzoeken mogelijkheden van contractonderwijs specifiek voor één zorginstelling.

Multiculturalisering van de personeelsvoorziening in de zorg

De allochtone populatie in de zorg in Amsterdam is nog vergaand ondervertegenwoordigd. Aan de kant van de zorgvragers -met name in de ouderenzorg wordt nog buitenproportioneel veel door de mantelzorg gedragen. Aan de kant van de zorgbieders zijn bij het personeel de Turkse en Marokkaanse bevolkingsgroepen sterk ondervertegenwoordigd. Het is volkomen duidelijk dat de zorg midden in een proces van multiculturalisering staat. In arbeidsmarkttermen: er is enerzijds een omvangrijk bestand van allochtone vrouwen in de arbeidsreserve en anderzijds een behoorlijke vraag naar die reserve, met name wanneer die reserve op niveau 3 aanspreekbaar is. Het leggen van een verband tussen enerzijds deze macro-economische match en anderzijds de micro-situatie van afzonderlijke werkzoekenden en vacatures, blijkt in de praktijk echter moeizaam. Er is meer kennis nodig over waar het nu precies stokt. Die kennis kan worden opgedaan door een pilotgroep samen te stellen en de gang door het onderwijs en door de zorginstellingen van de deelnemers aan die groep in detail te volgen.

4.4.3 Versterking acquisitiekracht

Een van de middelen om te zorgen dat personen voor een werkkring in de zorg kiezen in plaats van in een andere sector, is om het werken in de zorg als sector aantrekkelijker te maken. Dat kan op ten minste drie manieren:
o Optimaliseren van een aantal randvoorwaarden die niet met de inhoud van het werk te maken hebben maar met de omstandigheden waaronder men moet werken.
o Verbeteren van het imago van de zorg. De indruk bestaat dat de medewerkers in de zorg vaak een relatief ongunstig beeld hebben van het (werken in) de sector. Dit is het imago binnen de zorg. Daarbij komt dat de zorg als sector ook nogal eens op een negatieve manier in de publiciteit komt: het extern imago van de zorg. Beide hebben invloed op de bereidheid van mensen om in de sector te (gaan) werken.
o Wegwerken van achterstanden in taal en sociale vaardigheden. Deze achterstanden komen naar voren als de grootste belemmerende factor voor de doorstroming van niveau 2 naar niveau 3. Weliswaar is hier sprake van een algemeen probleem, niet alleen van de zorg, maar er zijn kansen om via gerichte actie de zorg neer te zetten als een betrokken sector, die mensen volop kansen biedt op ontplooiing. Activiteiten die hiervoor worden ontwikkeld dienen nauwkeurig te worden afgestemd met de werkzaamheden die door de gemeentelijke diensten DMO en DWI worden ontwikkeld in het kader van de inburgering.

Twee van de mogelijke acties zijn:

 

Versterking Civil Society / community care

Vanuit de Geestelijke Gezondheidszorg is op basis van tamelijk recent verkregen inzichten het volgende project aangedragen, waarmee de mogelijkheden voor participatie op de arbeidsmarkt in de zorg van een bijzonder kwetsbare groep wordt bevorderd en tegelijkertijd het functioneren en de effectiviteit van de geestelijke gezondheidszorg toeneemt.

 

 

Flexibiliteit op de arbeidsmarkt

Om de krapte op de arbeidsmarkt in de zorg, die zich op het ogenblik vooral voordoet op niveau 3, tegen te gaan moet behalve aan toename van de instroom van nieuwe medewerkers vanuit onderwijs en ondervertegenwoordigde groepen uit de samenleving, ook worden gedacht aan het vergroten van de participatie van mensen die al werken in de zorg. Ook moet zoveel mogelijk worden voorkomen dat mensen die in de zorg werken, daaruit uitstromen. Behalve door het verbeteren van de randvoorwaarden en het versterken van het imago van de zorg moeten daarbij ook maatregelen worden genomen op arbeidsvoorwaardelijk terrein.

 

Verdere proces

De in deze paragraaf gedane voorstellen voor actie werden op 18 juni 2008 besproken tijdens een door het PAO en de SIGRA georganiseerde bijeenkomst met vertegenwoordigers van het onderwijs, zorginstellingen, gemeente en andere direct betrokkenen. Het resultaat van deze bespreking is een verdere aanscherping van het programma. Direct daarop volgend stellen we een werkagenda op met een duidelijk tijdpad en 'smart' geformuleerde doelstellingen, financiële dekking en te behalen resultaten. Meteen na de zomervakantie wordt het definitieve actieprogramma door alle betrokken partijen ondertekend.
Een actieprogramma is niet compleet zonder duidelijke afspraken over de uitvoering en de voortgang. De verantwoordelijkheid voor die zaken is voorbehouden aan het PAO. Dat betekent dat het houden van toezicht op de voortgang, het monitoren van de behaalde resultaten en het zonodig aanspreken van de diverse partijen op deze resultaten, gedurende de looptijd van het actieprogramma, taken zijn die door het PAO zullen worden uitgevoerd.