|
4.4 Bouwstenen
voor het actieprogramma
Inleiding: Aandachtsvelden
In de beide voorafgaande paragrafen zijn de vraagstukken die zich
op de arbeidsmarkt van de Amsterdamse zorg voordoen, van twee zijden
bekeken: de theoretische mogelijkheden om arbeidsmarktvraagstukken
in het algemeen aan te pakken zijn besproken in paragraaf 2, en
de inkleuring voor de specifieke Amsterdamse situatie is aan de
orde geweest in paragraaf 3. In deze paragraaf dragen we bouwstenen
aan voor concrete maatregelen om de arbeidsmarkt in de zorg te stimuleren.
De maatregelen zijn ingedeeld in algemene maatschappelijke aandachtsvelden,
die rechtstreeks koppelbaar zijn aan de segmenten van de cirkel
van Stimulus die in paragraaf 2 aan de orde is geweest.

Vanuit ieder van de hier genoemde aandachtsvelden wordt hieronder
één of een aantal acties voorgesteld. Voor ieder van
deze acties geldt dat zij:
a. theoretisch en praktisch uitvoerbaar zijn
b. kunnen rekenen op een breed draagvlak binnen de sector van de
Amsterdamse zorg
c. een duidelijk positieve invloed hebben op de arbeidsmarkt binnen
deze sector.
Verder streven we er naar om op korte termijn concrete resultaten
te boeken, en voor de langere termijn duurzaamheid en koersvastheid
te bereiken.
Management zorgmarkt: versterken van het organiserend vermogen
De eerste paragraaf van deze monitor bevat een verhaal over het
managen van een arbeidsmarkt, ontleend aan de theorie van de competitieve
voordelen van Porter. Als er een sector is waar die theorie opgeld
voor doet, dan is dat de zorg. De vier o's - ondernemingen, overheid,
onderwijs, onderzoek - zijn allemaal herkenbaar aanwezig. 'Marktmanagement'
betekent in dit verband het transparant maken van de diverse belangen
binnen de sector, zonder daarbij naar ultieme overeenstemming te
streven. Tot de onderstaande bouwstenen behoren kleinere en grotere
actiepunten. Het gaat erom de verschillende mogelijke programmaonderdelen
helder te omschrijven en daarover open met de verschillende actoren
in de zorg te discussiëren. Daarbij zal steeds ook de vraag
aan de orde zijn welke instellingen het 'eigenaarschap' ervan op
zich willen nemen. Programmaonderdelen waarvoor zich (nog) geen
actor heeft gemeld blijven op deze manier op de agenda en verdwijnen
niet uit het zicht. Voor dit proces is een forum nodig dat over
voldoende bestuurlijk gewicht beschikt om de problematiek van de
arbeidsmarkt in de zorg in Amsterdam als geheel adequaat te kunnen
bespelen, m.a.w. alle relevante spelers dienen er op een voldoende
hoog bestuurlijk niveau in te zijn vertegenwoordigd. Vanuit dit
forum kan vervolgens per programmaonderdeel -waarvoor zich een 'eigenaar'
heeft gemeld- die organisatievorm worden ingericht die voor dat
specifieke onderdeel het meest effectief is.

Een aantal van de projecten en actiepunten die in het kader van
het Programma afstemming Zorg en Onderwijs aan de orde is wordt
hieronder kort opgesomd. De opsomming is niet limitatief. Het meest
recente overzicht van projecten en actiepunten is steeds te vinden
op www.pao.amsterdam.nl.
Projecten en actiepunten Programma afstemming Zorg en Onderwijs
1. Pilotproject Helpenden niveau 2.
2. Voortzetting van het VMBO Zorgcarrousel met financiering door
de SIGRA.
3. Terugdringen uitval door vervroeging / intensivering beroepsconfrontatie
via stages, meeloopdagen etc. Opzetten van betaalde zomer- / uitzendbanen
in de zorg (i.s.m. bijbanen.nl) om de beroepsconfrontatie te verbeteren.
4. (Kwantitatieve) afspraken over stageplekken BOL traject, verbeteren
mogelijkheden voor kansrijke leerlingen over te stappen van BOL
naar BBL traject.
5. Afspraken over intensiteit en praktijkgerichtheid begeleiding
BBL.
6. Meer instroommomenten per jaar voor de BOL- en BBL-trajecten.
7. Trainingsprogramma omgaan met psychiatrische aspecten in de (ouderen)zorg.
8. Deskundigheidsbevordering en verbetering uitwisseling personeel
in verzorgingshuizen in het kader van verbetering van de employability.
9. Identificeren van leerlingen met potenties en afstemming daarvan
tussen de opeenvolgende schooltypen: van VMBO naar ROC, van ROC
naar HBO; verbeteren aansluiting tussen de opeenvolgende schooltypen.
10. Ombuigen beroepskeuze van leerlingen die worden opgeleid voor
een beroep buiten de zorg; werkprocessen in de zorg anders inrichten
zodat mensen die geen specifieke zorgopleiding hebben, toch in de
zorg aan de slag kunnen.
11. Effectiviteit beroepsvoorlichting op de scholen verbeteren /
intensiveren.
12. Onderzoeken mogelijkheden van contractonderwijs specifiek voor
één zorginstelling.
Multiculturalisering van de personeelsvoorziening in de zorg
De allochtone populatie in de zorg in Amsterdam is nog vergaand
ondervertegenwoordigd. Aan de kant van de zorgvragers -met name
in de ouderenzorg wordt nog buitenproportioneel veel door de mantelzorg
gedragen. Aan de kant van de zorgbieders zijn bij het personeel
de Turkse en Marokkaanse bevolkingsgroepen sterk ondervertegenwoordigd.
Het is volkomen duidelijk dat de zorg midden in een proces van multiculturalisering
staat. In arbeidsmarkttermen: er is enerzijds een omvangrijk bestand
van allochtone vrouwen in de arbeidsreserve en anderzijds een behoorlijke
vraag naar die reserve, met name wanneer die reserve op niveau 3
aanspreekbaar is. Het leggen van een verband tussen enerzijds deze
macro-economische match en anderzijds de micro-situatie van afzonderlijke
werkzoekenden en vacatures, blijkt in de praktijk echter moeizaam.
Er is meer kennis nodig over waar het nu precies stokt. Die kennis
kan worden opgedaan door een pilotgroep samen te stellen en de gang
door het onderwijs en door de zorginstellingen van de deelnemers
aan die groep in detail te volgen.
4.4.3 Versterking acquisitiekracht
Een van de middelen om te zorgen dat personen voor een werkkring
in de zorg kiezen in plaats van in een andere sector, is om het
werken in de zorg als sector aantrekkelijker te maken. Dat kan op
ten minste drie manieren:
o Optimaliseren van een aantal randvoorwaarden die niet met de inhoud
van het werk te maken hebben maar met de omstandigheden waaronder
men moet werken.
o Verbeteren van het imago van de zorg. De indruk bestaat dat de
medewerkers in de zorg vaak een relatief ongunstig beeld hebben
van het (werken in) de sector. Dit is het imago binnen de zorg.
Daarbij komt dat de zorg als sector ook nogal eens op een negatieve
manier in de publiciteit komt: het extern imago van de zorg. Beide
hebben invloed op de bereidheid van mensen om in de sector te (gaan)
werken.
o Wegwerken van achterstanden in taal en sociale vaardigheden. Deze
achterstanden komen naar voren als de grootste belemmerende factor
voor de doorstroming van niveau 2 naar niveau 3. Weliswaar is hier
sprake van een algemeen probleem, niet alleen van de zorg, maar
er zijn kansen om via gerichte actie de zorg neer te zetten als
een betrokken sector, die mensen volop kansen biedt op ontplooiing.
Activiteiten die hiervoor worden ontwikkeld dienen nauwkeurig te
worden afgestemd met de werkzaamheden die door de gemeentelijke
diensten DMO en DWI worden ontwikkeld in het kader van de inburgering.
Twee van de mogelijke acties zijn:
Versterking Civil Society / community care
Vanuit de Geestelijke Gezondheidszorg is op basis van tamelijk
recent verkregen inzichten het volgende project aangedragen, waarmee
de mogelijkheden voor participatie op de arbeidsmarkt in de zorg
van een bijzonder kwetsbare groep wordt bevorderd en tegelijkertijd
het functioneren en de effectiviteit van de geestelijke gezondheidszorg
toeneemt.
Flexibiliteit op de arbeidsmarkt
Om de krapte op de arbeidsmarkt in de zorg, die zich op het ogenblik
vooral voordoet op niveau 3, tegen te gaan moet behalve aan toename
van de instroom van nieuwe medewerkers vanuit onderwijs en ondervertegenwoordigde
groepen uit de samenleving, ook worden gedacht aan het vergroten
van de participatie van mensen die al werken in de zorg. Ook moet
zoveel mogelijk worden voorkomen dat mensen die in de zorg werken,
daaruit uitstromen. Behalve door het verbeteren van de randvoorwaarden
en het versterken van het imago van de zorg moeten daarbij ook maatregelen
worden genomen op arbeidsvoorwaardelijk terrein.
Verdere proces
De in deze paragraaf gedane voorstellen voor actie werden op 18
juni 2008 besproken tijdens een door het PAO en de SIGRA georganiseerde
bijeenkomst met vertegenwoordigers van het onderwijs, zorginstellingen,
gemeente en andere direct betrokkenen. Het resultaat van deze bespreking
is een verdere aanscherping van het programma. Direct daarop volgend
stellen we een werkagenda op met een duidelijk tijdpad en 'smart'
geformuleerde doelstellingen, financiële dekking en te behalen
resultaten. Meteen na de zomervakantie wordt het definitieve actieprogramma
door alle betrokken partijen ondertekend.
Een actieprogramma is niet compleet zonder duidelijke afspraken
over de uitvoering en de voortgang. De verantwoordelijkheid voor
die zaken is voorbehouden aan het PAO. Dat betekent dat het houden
van toezicht op de voortgang, het monitoren van de behaalde resultaten
en het zonodig aanspreken van de diverse partijen op deze resultaten,
gedurende de looptijd van het actieprogramma, taken zijn die door
het PAO zullen worden uitgevoerd.
|