Pagina 4
 

1.3.2 Langere termijn: Tekorten op de Amsterdamse arbeidsmarkt in 2020

In het hiernavolgende wordt - op basis van een conceptnotitie van de Dienst EZ van de gemeente Amsterdam - nagegaan hoe in Amsterdam het toekomstig arbeidsaanbod zich verhoudt tot de toekomstige vraag naar arbeidskrachten, zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin. De prognoses hebben betrekking op het gebied van de Regionale Samenwerking Amsterdam (RSA-gebied). Dit gebied bestaat uit Amsterdam plus de omliggende gebieden Haarlem e.o., Amstelland-Meerlanden, IJmond, Waterland, Zaanstreek, Almere en Het Gooi en Vechtstreek. De tijdshorizon van de prognose is 2020.

Het toekomstige arbeidsaanbod per opleidingsniveau (2005-2020)

Allereerst geeft tabel 1.3 een prognose van de bevolking van 20-64 jaar.

Tabel 1.3       Prognose bevolking van 20-64 jaar voor de deelgebieden van arbeidsmarktregio Amsterdam

woonplaats

2006

2010

2020

groei/jaar 

2006-2010

groei/jaar

2010-2020

Zaanstreek

     95.959

     96.827

   100.973

       217

       415

IJmond

   110.574

   113.631

   116.920

       764

       329

agglomeratie Haarlem

   131.966

   131.705

   127.929

-        65

-      378

Het Gooi en Vechtstreek

   143.019

   140.951

   131.402

-      517

-      955

Almere

   112.756

   125.307

   148.405

     3.138

    2.310

Amstelland-Meerlanden

   183.737

   189.705

   207.066

     1.492

    1.736

Waterland

   101.062

   102.044

   103.594

        245

       155

Amsterdam

   495.622

   492.024

   497.788

-       900

       576

regio Amsterdam

1.374.695

1.392.194

1.434.077

     4.375

    4.188

totale groei in de periode

         17.499

  41.883

Bron: CBS, Statline 26 maart 2007

In de periode 2006-2020 zal de bevolking van 20-64 jaar in de regio Amsterdam met bijna 60.000 personen groeien, een gemiddelde jaarlijkse groei van ruim 4.200 personen. Deze groei komt vooral voor rekening van Almere en Amstelland-Meerlanden (meer in het bijzonder Haarlemmermeer). In Het Gooi en Vechtstreek zal de bevolking van 20-64 jaar dalen, terwijl zich in Amsterdam en in de overige regio’s geen grote verschuivingen zullen voordoen.

De verhouding tussen de regionale bevolking van 20-64 jaar en de werkzame bevolking in de regio komt in 2006 uit op ruim 71,4 procent. In sommige deelgebieden ligt de arbeidsparticipatie wat lager, bijvoorbeeld in Amsterdam (68,4 procent) en in andere, zoals in Amstelland-Meerlanden (77,8 procent), duidelijk hoger. Met betrekking tot de participatie spelen twee tegengesteld werkende bewegingen. Enerzijds is er de algemene trend van een groeiende arbeidsparticipatie en anderzijds wordt de bevolkingsgroei van Amsterdam gerealiseerd door een toename van allochtonen die over het algemeen een lagere participatiegraad kennen. Verondersteld wordt dat deze twee tegengestelde bewegingen tegen elkaar zijn weg te strepen.

Van de werkzame Amsterdamse bevolking blijkt 71 procent een werkkring in de eigen stad te hebben. Van de andere regio’s blijkt ongeveer 25 procent in Amsterdam te werken, met uitzondering van Waterland, waar de werkende bevolking wat meer (36 procent) op Amsterdam is georiënteerd. Deze percentages worden constant in de tijd verondersteld.

Onder bovenstaande veronderstellingen is de volgende tabel van het arbeidsaanbod uit de regio voor Amsterdam in 2010 en 2020 op te maken.

Tabel 1.4      Arbeidsaanbod in Amsterdam bij gelijkblijvende arbeidsparticipatie en pendelpercentages

woonplaats

2006

2010

2020

groei/jaar

2006-2010

groei/jaar

2010-2020

Zaanstreek

  17.250

  17.406

  18.151

        39

        75

IJmond

  19.750

  20.296

  20.884

      137

        59

agglomeratie Haarlem

  23.750

  23.703

  23.024

-       12

-       68

Het Gooi en Vechtstreek

  26.000

  25.624

  23.888

-       94

-     174

Almere

  19.500

  21.671

  25.665

      543

      399

Amstelland-Meerlanden

  35.750

  36.911

  40.289

      290

      338 

Waterland

  26.640

  26.899

  27.307

        65

        41

Amsterdam

240.690

238.943

241.742

-    437

      280

regio Amsterdam

409.330*

411.453

420.950

      530

      950

totale groei in de periode

         2.123

   9.497

* Het aantal arbeidsplaatsen in Amsterdam in 2006 ligt zo’n 10.000 hoger dan het arbeidsaanbod uit de regio. Deze 10.000 personen bestaan uit de inkomende pendel uit de rest van Nederland. Vanwege hun geringe aantal en omdat er geen reden is waarom dit aantal in de toekomst rigoureus zal veranderen, speelt deze stroom geen rol bij het bepalen van de verandering in het arbeidsaanbod voor Amsterdam in 2020.

Bron: EZ/Research

Het extra arbeidsaanbod voor Amsterdam zal zeer bescheiden zijn: tot 2010 zullen zich per jaar ruim 500 personen extra op de Amsterdamse arbeidsmarkt aanmelden, voor de tienjarige periode daarna gaat het om een kleine 1.000 personen.

Opleidingsniveau van het arbeidsaanbod in Amsterdam in 2006 en 2020

Het opleidingsniveau van de beroepsbevolking in regio Amsterdam is de afgelopen jaren fors gestegen. Vormde in 2001 het aandeel laag opgeleiden nog 24 procent van de regionale beroepsbevolking, in 2005 was dat aandeel gedaald naar 20 procent. Het aandeel van de middelbaar opgeleiden bleef gelijk, terwijl het aandeel hoger opgeleiden toenam van 35 naar 39 procent. Overigens kent Nederland een soortgelijke, maar nog iets uitgesprokener beweging: het aandeel lager opgeleiden nam met 4,4 procent af, dat van de hoger opgeleiden steeg met bijna 5 procent. Dat neemt niet weg dat in 2005 het opleidingsniveau van de beroepsbevolking in de regio nog steeds aanzienlijk hoger ligt dan in Nederland. Onderstaande figuur geeft dit weer.

Figuur 1.1    Opleidingsniveau beroepsbevolking in %, in regio Amsterdam en in Nederland, 2001 en 2005

Bron: CBS, bewerking EZ/Research

Het opleidingsniveau van de werkzame Amsterdamse beroepsbevolking is sinds 1999 gestegen. Deze stijging is het gevolg van een daling van het aantal Amsterdammers met een lagere opleiding en een toename van het aantal Amsterdammers met een hogere opleiding. De groep met een middelbare opleiding bleef ongeveer gelijk. Te verwachten is dat deze trend zich in de toekomst, zij het in afgezwakte mate, zal voortzetten. Het grootste deel van het arbeidsaanbod in 2020 dat in Amsterdam werkt, woont in de stad zelf. Dit rechtvaardigt om het opleidingsniveau van de werkzame Amsterdamse beroepsbevolking in 2020 te gebruiken voor een eerste indruk omtrent het opleidingsniveau van het totale arbeidsaanbod voor Amsterdam in 2020.

Tabel 1.5      Opleidingsniveau van het arbeidsaanbod uit de regio voor Amsterdam in 2006 en 2020

  BO/LBO/MAVO

MBO/HAVO/VWO

HBO/WO

Totaal

2006

   115.430

   125.260

   168.640

409.330

2020

   109.447

   126.285

   185.218

420.950

groei 2006-2020

-      5.983

       1.025

     16.578

  11.620 

Bron: O+S, Beroepsbevolking Amsterdam en regio, 2005

De komende veertien jaar groeit het arbeidsaanbod naar schatting met zo’n 11.600 personen. Als gevolg van het stijgen van het opleidingsniveau van de werkzame beroepsbevolking neemt het aanbod van laaggeschoolden in deze periode met 6.000 personen af, blijft het aantal middelbaar geschoolden vrijwel gelijk (+1.000 personen) en neemt het aantal hoger geschoolden toe met 16.600 personen.

De toekomstige vraag per opleidingsniveau (2005-2020)

Bij het bepalen van de toekomstige arbeidsvraag is de nota “Vier vergezichten op Nederland” van het CPB als uitgangspunt genomen. Het CPB beschrijft in deze nota vier scenario’s voor de mogelijke ontwikkeling van de Nederlandse economie. De economische groei in het Regional Communities scenario komt voor Nederland over de periode 2002-2020 uit op ongeveer 1 procent, voor Transatlantic Market en Strong Europe ligt deze groei in de orde van 2 procent en in Global Economy gaat het CPB uit van een groei van ongeveer 3 procent.

Om tot een raming van de groei van het aantal arbeidsplaatsen in Amsterdam te komen zijn de landelijke groeipercentages van het arbeidsvolume toegepast op het aantal arbeidsplaatsen per economische activiteit in Amsterdam. Onderstaande tabel geeft per activiteit het aantal arbeidsplaatsen weer in 2005 en de verwachte veranderingen daarin gedurende de periode 2005-2020.

Tabel 1.6 Toename van het aantal arbeidsplaatsen per activiteit in stad Amsterdam (2005-2020)

    verandering gedurende de periode 2005-2020

activiteit

2005

Regional  Communities

Transatlantic

Market

Strong

Europe

Global

Economy

industrie

  21.400

-  4.300

-  2.300

-  3.600

-  3.500

bouwnijverheid

  12.100

-  2.500

-     800

-     300

   2.100

handel

  55.700

-     100

   9.800

   1.600

   9.800

vervoer/telecommunicatie

  26.400

      600

   1.800

   1.000

   4.800

bank/verzekering

  42.300

-     100

   4.600

   5.300

   9.700

zakelijke diensten

115.600

   5.500

 14.100

 12.600

 29.300

overheid/onderwijs

  54.700

   7.800

   2.400

   8.700

   3.300

gezondheidszorg/maatsch d.

  81.900

   9.100

 20.700

 20.700

 27.000

Totaal

410.200

 15.900

 50.400

 46.100

 82.500

Bron: EZ/Research

Zelfs in het minst gunstige scenario (Regional Communities) neemt het aantal arbeidsplaatsen in Amsterdam de komende vijftien jaar nog met 16.000 toe. In het Global Economy scenario is de groei van het aantal arbeidsplaatsen met 82.500 verreweg het grootst.

In alle scenario’s neemt de vraag naar arbeid het sterkst toe bij de gezondheidszorg en maatschappelijke diensten. Ook in de zakelijke dienstverlening groeit de werkgelegenheid in alle vier de scenario’s, zij het in het ene scenario (Global Economy) wat meer dan in het andere scenario (Regional Communities). In het Global Economy en het Transatlantic Market scenario is ook een belangrijke rol weggelegd voor de handel. De financiële sector gedijt vooral goed in het Global Economy scenario. De trend van een afnemend belang van de industrie zal de komende jaren in alle scenario’s onverminderd doorgaan. De bouwnijverheid groeit alleen in het Global Economy scenario.

Door te veronderstellen dat het opleidingsniveau binnen een bepaalde activiteit de komende tijd niet zal veranderen is het mogelijk de tabel over de toename van het aantal arbeidsplaatsen per activiteit te vertalen naar de vraag per opleidingsniveau.


Tabel 1.7      Toename van de vraag per opleidingsniveau in Amsterdam per scenario, periode 2005-2020

  2005

toename van de vraag in de periode 2005-2020

opleidingsniveau

  Regional Communities

Transatlantic

Market

Strong

Europe

Global

Economy

lager opgeleid

109.300

  1.800

13.000

  9.700

21.200

middelbaar opgeleid

128.300

  4.700

16.600

14.200

26.800

hoger opgeleid

172.600

  9.400

20.800

22.200

34.500

Totaal

410.200

15.900

50.400

46.100

82.500

Bron: EZ/Research m.b.v. O+S, Beroepsbevolking Amsterdam en regio 2005

In ieder scenario is de vraag naar hoger opgeleiden groter dan de vraag naar middelbaar opgeleiden en de vraag naar middelbaar opgeleiden ligt weer boven de vraag naar lager opgeleiden. Vooral in het Global Economy scenario is de vraag naar hoger opgeleiden groot, maar liefst 34.500 personen.

Confrontatie arbeidsaanbod met de vraag per opleidingsniveau, periode 2005-2020

De grote stijging van het aantal arbeidsplaatsen is pas te realiseren wanneer er voldoende arbeidskrachten beschikbaar zijn. Dat zal niet makkelijk zijn want de raming van het toekomstig extra arbeidsaanbod kwam uit op slechts 11.600 personen.

Onderstaande tabel illustreert het toekomstig tekort aan arbeidskrachten per opleidingsniveau.

Tabel 1.8      Overschot respectievelijk tekort aan arbeidskrachten per opleidingsniveau in Amsterdam per scenario, in 2020

    overschot (+) resp. tekort (-) aan arbeidskrachten in 2020

opleidingsniveau

2005

Regional Communities

Transatlantic

Market

Strong

Europe

Global

Economy

lager opgeleid          

109.300

-   7.800

- 19.000

- 15.700

- 27.200

middelbaar opgeleid

128.300

-   3.700

- 15.600

- 13.200

- 25.800

hoger opgeleid         

172.600

     7.200

-   4.200

-   5.600

- 17.900

Totaal                       

410.200

-   4.300

- 38.800

- 34.500

- 70.900

Bron: EZ/Research

Wanneer de Nederlandse economie de weg volgt van het Regional Communities scenario zal de Amsterdamse arbeidsmarkt maar weinig knelpunten kennen. Er is een licht tekort aan lager opgeleiden en een licht overschot aan hoger opgeleiden. Als zich in Nederland een ontwikkeling voordoet die aansluit bij het Transatlantic Market of Strong Europe scenario dan dreigt voor Amsterdam het gevaar deze gunstige ontwikkeling slechts gedeeltelijk te kunnen verzilveren, simpelweg vanwege een tekortschietend aanbod van lager- en middelbaar geschoolde arbeidskrachten. In het geval de Nederlandse economie zich ontwikkelt volgens het Global Economy scenario, ligt het tekort aan arbeidskrachten op de Amsterdamse arbeidsmarkt in de orde van grootte van 71.000 personen. Het tekort doet zich bij alle opleidingsniveaus voor. Bij dit scenario dreigt dus eens te meer het gevaar dat een achterblijvend arbeidsaanbod de economische groei van Amsterdam gaat frustreren. Een belangrijk winstpunt is wel dat er - op alle opleidingsniveaus - van structurele werkloosheid niet langer sprake zal zijn.

Wil Amsterdam klaar zijn voor een economische groei die meer inhoudt dan het naargeestige Regional Communities scenario dan zal het aanbod van arbeidskrachten de komende jaren aanzienlijk moeten stijgen. Daarvoor is een aantal aanknopingspunten. In Europees verband kan men denken aan migratie vanuit EU-landen. Op nationale schaal speelt het streven naar verhoging van de arbeidsparticipatie. Tot slot is er voor de gemeente de taak het gediplomeerde arbeidsaanbod te verhogen door maatregelen te treffen om schooluitval tegen te gaan.