Pagina 21
 

5.6 Slot: visie op vestigingsvoorwaarden en strategie

De financiële sector is een zwaartepunt in de Amsterdamse economie. Dat maakt de vraag wat de lokale overheid kan doen om een aantrekkelijke vestigingsplek te zijn en blijven relevant en urgent. Die urgentie wordt natuurlijk ook gevoeld, door de Zuidas, de overname van ABN AMRO en de internationalisering van de financiële markten.

Deze slotparagraaf is gewijd aan die vraag en is de weergave van een tweegesprek voor deze quick scan met Ewald Engelen, als docent en onderzoeker verbonden aan de UvA en aan het Amsterdam institute for Metropolitan and International Development Studies (AMIDSt).

Een vestigingsstrategie bestaat uit twee aspecten: offensief (bedrijven naar Amsterdam proberen te halen) en defensief (bedrijven hier houden). Dat laatste aspect lijkt nu - na de overname van ABN AMRO - het meest urgent.

Het directe instrumentarium is op lokaal niveau bij beide aspecten niet zo vreselijk groot als het gaat om overnames, fusies en grote investeringsbeslissingen. Maar de invloed van de overheid is wel groot als het gaat om actieve netwerken, communicatie en vestigingskwaliteit in brede zin. We zoomen in op vier facetten.

1. Een actief netwerkbeheer van zowel grote als kleinere spelers
Het stadsbestuur en de grote financiële instellingen zijn uiteraard gesprekspartners als het gaat om de ontwikkelingen in de stad en de sector. Maar er lijkt nog een gebrek aan netwerk vanuit de lokale overheid met de grote groep mkb-bedrijven in de sector te zijn. Die zijn voor de dynamiek en innovatie in de sector van groot belang. Onder de grote spelers is momenteel weliswaar sprake van consolidatie - Fortis neemt ABN AMRO over - maar tegelijk komen allerlei nichemarkten op, met nieuwe spelers - zoals investeringsfondsen, private equity en hegde funds, die werken voor pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen. Die nichespeler zijn er ook in Amsterdam en het zijn doorgaans kleine bedrijven. Wat is voor hen belangrijk, kan de overheid op de één of andere manier ondersteunend zijn? Dat zal niet direct leiden tot allerlei concrete vragen, maar het hebben en onderhouden van zo’n netwerk stelt de overheid in staat snel in gesprek te treden en dus sneller tot actie te kunnen overgaan als dat nodig is. Dat brengt ons tegelijk naar het tweede punt.

2. Gebrekkig zicht op ontwikkelingen en trends
We hebben nog weinig zicht op trends en ontwikkelingen in de sector, zo constateert ook het Holland Financial Centre. Mede daardoor wordt er vaak noodgedwongen ad hoc gereageerd vanuit de overheid of wordt die overvallen door nieuwe ontwikkelingen. Goede en intensieve relaties in de sector zorgen voor vroeg gesprekspartnerschap. Dat kan een belangrijk voordeel zijn in vestigings- of
investeringsbeslissingen.

Kennis- en netwerkopbouw dus. Ervaringen in andere Europese steden leren dat daar ook een gezicht bij hoort. Dat leidt ons naar het derde punt, waarbij niet alleen een defensieve, maar ook een offensieve vestigingsstrategie een rol gaat spelen.

3. Actieve defensieve en offensieve acquisitie
Alle financiële centra zijn bezig met hun plek in de wereld. Dat vergt niet alleen inhoudelijke profilering - die voor Amsterdam waarschijnlijk uitkomt bij retirement management, internationaal betalingsverkeer en duurzaamheid - maar ook een actieve profilering op acquisitie en vestigingsvoorwaarden. 

Een aanbeveling bij die centra is dan steevast: een voor de financiële sector dui- delijk aanspreekpunt, een netwerker met een zware politieke achtergrond, met directe lijnen met het stads- en landsbestuur en met één taak: defensieve en offensieve acquisitie voor de financiële sector.

Nog meer de boer op dus om bedrijven hier te houden, investeringsbeslissingen mogelijk te maken en positief te beïnvloeden - die anders misschien in Londen, Frankfurt of Zürich landen - maar ook om op kansen te jagen bedrijven hier naar toe te halen. Op het moment dat de Financial Times meldt dat een belangrijk bedrijf vanwege congestie en lokale belastingdruk de Londense City wil verlaten, staat direct de acquisitieafdeling van Dublin op de stoep. Dat is de afgelopen jaren een zeer succesvolle strategie gebleken. En Amsterdam heeft genoeg te bieden om die concurrentie aan te gaan.

4.  City quality: Amsterdam Topstad doordenken en doorvoeren in al zijn consequenties
Dan zijn we aangeland bij de offensieve acties. Om aantrekkelijk te zijn als vestigingsplek voor het top end van de arbeidsmarkt zijn ook toparrangementen nodig. Wat dat betreft staat Nederland er in het algemeen niet zo goed voor.
Defensieve reacties wanneer buitenlandse bedrijven hier willen acquireren, in vergelijking met andere Europese toplocaties gebrekkig internationaal onderwijs, een gebrek aan kinderopvang en strenge immigratieregels, die niet alleen lastig zijn voor expats, maar die het vrijwel onmogelijk maken personeel mee te nemen.
Het lijken luxevoorwaarden, maar het zijn wel de voorwaarden waar je wel of niet de internationale concurrentieslag mee kunt winnen. Het is natuurlijk niet gezegd dat Amsterdam die strijd moet aangaan – je kunt ook andere keuzes maken voor speerpuntsectoren dan de financiële sector - maar als de stad in wil zetten op een blijvend prominente plek in de internationale financiële sector, zijn dat aandachtspunten.

De uitdaging is dan om het egalitaire Nederlandse denken nadrukkelijker te verenigen met de agenda van Amsterdam Topstad. Voor verbetering van het economisch vestigingsklimaat komen in aanvulling op de vorige alinea de bekende punten in beeld: een gastvrije, schone stad, goede horeca, goede detailhandel, kwaliteit van de openbare ruimte. Op die punten heeft Amsterdam geen goede naam. Dat reflecteert zich ook op toeristisch gebied: dat heeft in Amsterdam voor een belangrijk deel een laagwaardig imago. En dat bijt het kwaliteitskarakter van de top van de financiële en andere sectoren, als de creatieve industrie, de high tech en delen van de zakelijke dienstverlening. Leuk of niet, dat zijn wel keuzes die voorliggen. Als Amsterdam Topstad wil zijn, moeten die keuzes daarvoor ook doorwerken op veel terreinen. Daar kun je ook uithangborden voor zoeken.
Amsterdam zou bijvoorbeeld - maar dat is een schot voor de boeg - kunnen investeren in een forse upgrading van het basis- en voortgezet onderwijs. Dat is goed voor de stad, maar biedt tegelijk een prachtig uithangbord in internationale acquisitie.

Het is een analyse die heel nauw aansluit op de agenda van Amsterdam Topstad.
Een goed vestigingsbeleid voor de financiële sector is dan ook geen kwestie van allerlei nieuwe dingen opzetten, maar vereist intensiever en in samenhang werken aan die agenda, als leidraad voor het economische en kwaliteitsbeleid van de stad.

Respondenten
Ewald Engelen, Universiteit van Amsterdam
Akkie Lansberg, Holland Financial Centre
Robin Fransman, Holland Financial Centre

Bronnen
www.os.amsterdam.nl
www.cbs.nl
www.colo.nl
www.duisenbergschooloffinance.nl
O+S Gemeente Amsterdam, Amsterdam in Cijfers 2007
O+S Gemeente Amsterdam, Kerncijfers Amsterdam 2008
O+S Gemeente Amsterdam, Stadsdelen in Cijfers 2008
O+S Gemeente Amsterdam, Het belang van de financiële sector voor Amsterdam
O+S Gemeente Amsterdam, De staat van de stad Amsterdam IV
Holland Financial Centre, Agenda 2008-2009
Boston Consulting Group, Hoofdkantoren een hoofdzaak, maart 2008
Berenschot, Buitenlandse investeerders zijn groeiversnellers voor de Nederlandse economie, 18 juli 2007
Ewald Engelen, ABN AMRO verrekent zich, NRC Handelsblad, 13 september 2007
Ewald Engelen, Financiële internationalisering - zegen of vloek? ESB, 2007
Ewald Engelen en Annet Jantien Smit, Financiële internationalisering en de Zuidas, Rooilijn, nr .1, 2006

Met dank aan
Carine van Oosteren, O+S Amsterdam